Van kort verhaal naar roman

  • Van kort verhaal naar romanUitgeverij: Augustus / Schrijven online
  • ISBN: 9789045702643
  • Jaar: 2009
  • Aantal pagina's: 123 bladzijden
  • Uitvoering: Paperback
  • Prijs: € 12,50

Online bestellen

Over dit boek:

Een kort verhaal: daarmee beginnen prozaschrijvers hun carrière vrijwel altijd. Maar hoe moet dat als je een groter geheel wil opzetten en streeft naar een novelle of zelfs een roman? Hoe doe je dat, zo'n grote structuur en spanningsboog opzetten? Waarin verschilt een personage in een kort verhaal en in een roman?. Hoe zit het met het conflict en de setting? Niet elk verhaal is geschikt om als roman door het leven te gaan. En sommige korte verhalen willen juist teveel vertellen en komen beter tot hun recht in een roman. 
Aan de hand van verschillende verhaalelementen onderzoekt Schouten de verschillen en overeenkomsten tussen een kort verhaal en een roman, en geeft aanwijzingen voor schrijvers die boven het korte verhaal willen uitstijgen.

Inge Schouten voltooide de opleiding Writing and Education aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Ze is docent Literaire vorming/creatief schrijven en schrijft korte verhalen en romans. In 2002 won ze de eerste prijs in de verhalenwedstrijd in het tijdschrift Opzij. In 2005 debuteerde ze met de roman Het avondmaal. Haar tweede roman De moeder en het meisje verscheen oktober 2008.
Naast lesgeven en schrijven beoordeelt ze manuscripten en geeft ze individuele begeleiding aan schrijvers die niet in een groep les willen volgen of die een specifieke vraag hebben, en heel gericht aan hun verhaal willen werken.

Interview 

Het is de weg die de meeste prozaschrijvers afleggen: eerst een kort verhaal, dan een iets langere tekst, en uiteindelijk een roman. Maar hoe doe je dat? En wat is het verschil in schrijfproces, -houding en -techniek? In het schrijfboek 'Van kort verhaal naar roman' doet schrijver en schrijfdocent Inge Schouten uit de doeken hoe je dit kunt doen.

Door Louis Stiller - Schrijven Online

 

Waarom ben je dit boek gaan schrijven? Er waren toch al verschillende romanschrijfboeken - van John Gardner tot Jan Brokken?

Zeker, er zijn al goede schrijfboeken over hoe je een roman moet schrijven, maar het grondidee van dit boek is een andere. Allereerst gaat [i]Van kort verhaal tot roman uit van een bestaand verhaal dat je als schrijver langer wilt maken. Dat uitgangspunt maakt het noodzakelijk je te verdiepen in de verschillen tussen een kort verhaal en een roman.

Tijdens prozalessen die ik zelf volgde, zowel aan ‘t Colofon als aan de HKU, leek het soms dat ik een ladder moest beklimmen. Een ladder waarbij elke sport een aantal pagina’s voorstelde. De moeilijkheidsgraad, de zwaarte, de techniek van het schrijverschap nam bij elke sport toe, en de ladder eindigde bovenaan: bij een roman. Korte verhalen waren vooral bedoeld als oefening om te komen tot dat wat elke schrijver zou willen bereiken... de bovenste sport. Eerst een kort verhaal van tien pagina’s. Daarna van twintig. Dan met moeite een van dertig pagina’s. En om af te studeren moeten studenten Literaire Vorming met proza als afstudeerrichting een verhaal van zestig bladzijden schrijven.

Die schijnbaar kwalitatieve waardering voor kwantiteit is iets wat me interesseert. Het lijkt alsof we met z’n allen zijn gaan geloven dat ‘meer’ ook altijd ‘moeilijker’ is. Maar met welke definities werken we eigenlijk? En wat creëert dan die moeilijkheidsgraad, die ik zelf ook aan den lijve heb ondervonden?

Ik ben niet op zoek naar een waardeoordeel. Wat ik wel zoek is houvast bij de volgende vraag: is de lengte van een verhaal iets dat je kunt creëren, of is het afhankelijk van ongrijpbare mechanismen? Dat is iets wat in die lessen waarin ik veel leerde over perspectiefkeuze, stijl, structuur en vorm niet echt aan bod is gekomen.

Uiteraard had ik een persoonlijke motivatie om juist dit element te onderzoeken. Ik had een verhaal van dertig bladzijden (regelafstand anderhalf, brede kantlijnen) opgestuurd naar een uitgeverij. In mijn begeleidende brief schreef ik: ‘ik ben benieuwd of het verhaal, in een langere versie, binnen uw fonds past.’ In de retourbrief zei de uitgever absoluut door het verhaal gefascineerd te zijn. ‘We zien dan ook zeker mogelijkheden om het verhaal uit te werken tot een roman en zouden daar graag een keer met je over praten.’ Vele dansjes rond de keukentafel later, sloeg de paniek toe. Want: ‘Hoe doe ik dat?’

Had je een specifiek publiek voor ogen, als lezers van dit boek? 

De doelgroep die ik voor ogen had bij het schrijven van dit boek, zijn schrijvers die tijdens eerdere cursussen korte verhalen hebben geschreven en nu de stap willen maken naar een roman. Daarnaast is het boek een prima naslagwerk voor beginnende schrijvers die korte verhalen schrijven en zich afvragen waar ze rekening mee moeten houden. Ik heb al zo vaak meegemaakt dat cursisten hele romans in een kort verhaal willen stoppen, waardoor er allerlei zaken door elkaar lopen.

Verder kan ik me voorstellen dat boekenclubs dit boek lezen om houvast te hebben bij het bespreken van een roman. Aan de hand van de 7 verhaalelementen die ik toelicht is het mogelijk een roman of een kort verhaal te bespreken. Dit maakt dat zo'n bespreking een andere invalshoek krijgt dan waarom het boek mooi gevonden wordt.

Wat maakt de sprong van het korte verhaal naar de roman zo lastig?

Een beginnende schrijver gaat meestal korte verhalen schrijven. Hij schrijft zich immers in voor de cursus verhalen schrijven. Er zijn nu eenmaal weinig tot geen cursussen roman schrijven, m.u.v. de cursus Van verhaal naar roman van Scriptplus en een masterclass bij Sebes en van Gelderen of de masterclass die ik zelf geef bij uitgeverij De Arbeiderspers/Archipel/Balans).

Het overzicht houden over tien bladzijden is makkelijker dan over 250 bladzijde. Daar zien beginnende schrijvers vaak tegenop. Er is zoveel waar je rekening mee moet houden, dat je daar gedrevenheid, passie en genoeg tijd voor moet hebben.

Daarmee wil ik absoluut niet beweren dat een goed geschreven kort verhaal makkelijker is om te schrijven. Integendeel. Ik gebruik in mijn boek niet voor niets het citaat: 'Ik schrijf je een lange brief want ik heb geen tijd voor een korte,' maar ik denk dat om mee te beginnen cursisten liever een kort verhaal schrijven.

Dat adviseer ik ze ook zeker. Als je voor het eerst te maken krijgt met personage-opbouw, setting, perspectief, tijdsaspecten, dialogen, motieven, een doel nastreven, et cetera, oefen dan door te vertellen over één dag uit het leven van je hoofdpersoon in plaats van over zijn hele leven.

Je hebt zelf van een kort verhaal een roman gemaakt, ‘Het avondmaal’. Wat vond je daarbij het lastigst? 

Zelf vind ik het moeilijk om goed mijn thematiek in de gaten te houden wanneer ik aan een langer stuk proza werk. Wat wil ik vertellen? Waarom dit verhaal?

Juist omdat je meer ruimte hebt (lees bladzijdes) moet alles wat je schrijft in dienst staan van je thema. Alle keuzes die je als schrijver maakt zijn terug te voeren naar de thematiek. Zoals Thomas Rosenboom stelt in ‘Aanvallend spel ‘(p. 29): wat wil mijn personage? "Neem een denkbeeldig personage dat een juwelierszaak berooft: doet die het voor de buit zonder meer, dan zitten we in een onbenullig misdaadverhaal, maar doet hij het in een even onhandige als wanhopige poging om de jarenlange vernederingen die zijn vroegere patroon hem in diezelfde zaak heeft aangedaan te wreken, dan is hij heen literaire held in een psychologische roman en leven wij weer van harte met hem mee.”

Als je niet helder hebt wat de motieven van je personage zijn, wordt elke keuze die je als schrijver moet maken moeilijk. Met name bij het schrijven van een langer stuk wordt je als schrijver hier keer op keer mee geconfronteerd. Dat vond ik lastig. Dus wanneer ik een scène schreef over Vera's leven thuis vroeger moest dat een scène zijn die te maken had met hoe zij is in het hier en nu, en niet zomaar een willekeurige anekdote. Ik merkte dat ik soms gewoon een scène wilde schrijven en niet altijd rekening wilde houden met wat ze aan het nastreven was. Ik vond het heerlijk om elk woord af te wegen. Alsmaar schrappen, verfijnen. Daardoor was ik soms meer op zinsniveau bezig dan op verhaalniveau.

Je geeft zelf ook les in prozaschrijven. Wat is het belangrijkste probleem voor beginnende schrijvers als ze aan een groter werk zoals een roman willen beginnen? 

Vaak is het grootste probleem om op alles tegelijk te letten. Zoals een circusartiest zijn bordjes draaiende en in de lucht moet zien te houden, zo moet de schrijver van een langer stuk proza ook allerlei zaken in de gaten houden. Verschillen mijn personages voldoende van elkaar? Heeft elk personage zijn eigen taal en ritme? Is er voldoende spanning en genoeg drang om door te lezen? Is er voldoende aandacht voor de setting? Staat het tijdsverloop in dienst van het verhaal? Is de intrige en verwikkeling een logisch vervolg van waar de personages zijn in tijd en plaats? Hoe rond ik alles af en zorg ik dat alles bij elkaar komt?

Met al deze zaken moet een schrijver rekening houden (verhaalniveau), terwijl hij daarnaast bezig is om de juiste stijl en toon te vinden voor datgene wat hij te vertellen heeft, alsook beeldspraak en oorspronkelijkheid in zijn tekst te leggen (zinsniveau).

Ton Rozeman merkte op in zijn weblog Shortstory.nu (http://www.shortstory.nu/weblog/) dat niet alle regels die je geeft kloppen: zo beslaan de verhalen van Alice Munroe vaak wel hele levens.

Klopt, korte verhalen kunnen hele levens beslaan zoals in het voorbeeld van Alice Munro. Ik moet daarbij wel zeggen dat haar verhalen vaak aan de lange kant zijn (30 blz.) en we hebben het dan ook niet over zomaar een schrijver. Het is meteen een goed voorbeeld van hoe regels over het schrijven altijd weer tegenvoorbeelden kunnen oproepen. Dat is ook goed: literatuur laat zich niet makkelijk vangen. Je kunt alleen wel wijzen op het effect van een bepaalde beslissing die een schrijver neemt zoals ik in de conclusie mijn boek ook aangeef.

Ik citeer: “De regels die gelden voor het schrijven van korte verhalen en romans zijn eigenlijk geen regels; het zijn uitgangspunten. Er is geen goed of fout; er is slechts effect. Het effect van een lange introductie aan het begin van een kort verhaal heeft als resultaat dat lezers sneller afhaken. Het effect van een overmaat aan personages in een kort verhaal maakt dat die niet boven typeringen uitstijgen, waardoor het verhaal aan de oppervlakte blijft en meer een anekdote wordt. Het effect van wisselende perspectieven in een kort verhaal is dat lezers niet meegaan met het verhaal, waardoor een kort verhaal minder invoelbaar wordt. Grote sprongen in de tijd leiden af van het ‘plakje uit het leven van...’ dat je zou willen laten zien. Een opeenhoping van flashbacks in een kort verhaal geeft de lezer het gevoel dat hij bij het verkeerde verhaal is beland. De spanning in een kort verhaal moet snel invoelbaar zijn, want de bezichtiging van een etage neemt minder tijd in beslag dan die van een huis waar er in allerlei verschillende kamers en ruimtes spanning op de loer kan liggen. Ingewikkelde structuren en samengestelde plots doen het korte verhaal uit zijn voegen barsten, en als schrijver moet je je dan afvragen of je niet liever naar een grotere woning wilt verhuizen.”

Ik heb als schrijver ook beslissingen moeten maken waarbij ik koos voor soms generaliserende kenmerken omdat dat het inzicht voor de lezer ten goede kwam. Ik denk dat het belangrijk is om te benadrukken dat dit een handreiking is voor de beginnende schrijver en dat ik geen volledigheid nastreef. Het is ook geen essayistisch betoog over een kort verhaal versus de roman, maar een praktische gids.

Didactisch gezien probeer ik de mystiek van het schrijven zo behapbaar mogelijk te maken zodat beginnende schrijvers niet overdonderd worden indien ze EEN ROMAN willen schrijven. En zeer zeker wil ik niet pretenderen dat het meer is dan dat. Het is mijn visie op het praktisch verlengen van een verhaal.

>>Van kort verhaal naar roman